In 1852 volgde de oprichting van de Rijkstelegraaf en werden
telegraafverbindingen gebouwd tussen de grotere plaatsen. Aan een militaire
telegraaf-organisatie werd voorlopig niet gedacht. De legerleiding meende
dat in oorlogstijd de bestaande telegraafverbindingen van de Rijkstelegraaf
en de spoorwegmaatschappijen makkelijk in de verbindingsbehoefte van het
leger konden voorzien. Wel begon men bij het Bataillon Mineurs en Sappeurs
in 1865 op bescheiden schaal met elektrische telegrafie te experimenteren
en telegrafisten op te leiden.
Tijdens
de mobilisatie 1870-1871 (Frans-Duitse oorlog) had men net voldoende personeel
en materieel om drie forten van de Hollandse waterlinie aan te sluiten
op het rijkstelegraafnet, maar in ieder geval was het nut van deze "vestingtelegrafie"
bewezen en gingen stemmen op om ook "veldtelegrafie" (verbinding tussen
een hoofdkwartier te velde en een rijkstelegraafkantoor) in te voeren.
Dat gebeurde een paar jaar later, toen Koning Willem III op 18 februari
1874 het Koninklijk Besluit tekende waarin werd besloten tot de oprichting
van een "Afdeeling Veldtelegraphisten".
Tegelijk werd bepaald dat telegrafisten een eigen "distinctief" zouden
krijgen, bestaande uit een bundel bliksemstralen.
Hoewel de militaire
telegrafie al in 1865 begon wordt als geboortedatum van de Verbindingsdienst
18 februari 1874 aangehouden. Het aantal telegrafisten liep daarna snel
op. Waren er in 1870 nog geen 25 en in 1874 ongeveer 50, in 1878 kon het
bataljon al beschikken over 100 telegrafisten. In dat laaste jaar werden
ze ondergebracht in de School- en Telegraafcompagnie. In oorlogstijd zouden
vier afdelingen worden gevormd die elk een telegraafverbinding konden aanleggen
over een afstand van 10 kilometer. Daarnaast was een groot deel van de
telegrafisten bestemd voor het bemannen van de telegraafkamers in de forten.
De vredesorganisatie veranderde in de loop der jaren. In 1881 verdween
de naam "Mineurs en Sappeurs" en werd deze vervangen door "Genietroepen".
De telegrafisten werden een aantal jaren daarna samengebracht in de Telegraafcompagnie
en in 1904 in de Telegraafafdeling met twee compagnieën.
|