HOME Museum Verbindingsdienst BACK

 
Geschiedenis van deVerbindingsdienst
Meer over de geschiedenis vindt u in het boek "Van telegraaf tot satelliet", dat voorzover de voorraad strekt, in de museumwinkel verkrijgbaar is.

 
Het begin

Mobilisatie 1914 - 1918

--------------------
1918 - 1940
Mei 1940
Rotterdam
De Regimentsleeuw
Het Vaandel
--------------------
1945 - 1955
Nederlands Indie
Verbindingsd. zelfstandig
Territoriale verbindingen
Inspectie verbindingsdienst
Legerkorpsverbindingen
--------------------
1955 - 1990
Territoriale verbindingen
Legerkorpsverbindingen
Overige verbindingstaken
Herstel en Bevoorrading
Leger Film en Fotodienst
Elektr. oorlogvoering
Opleiding
--------------------
1990 - 2000
Territoriale verbindingen
Legerkorpsverbindingen
Logistieke eenheden
Opleiding
--------------------
2000-2004
Territoriale verbindingen
Legerkorpsverbindingen
Logistieke eenheden
Opleiding
Veldpost
De toekomst

Het begin
Vanaf de oudheid tot in de eerste helft van de 18e eeuw konden berichten alleen worden overgebracht door koeriers, postduiven, geluidssignalen en optische middelen, zoals vlaggen en rookseinen en aan het einde van de 18e eeuw optische telegrafen. 
Rond 1830 lukte het, na de uitvinding van de voorloper van onze accu en de ontdekking van het elektromagnetisme om elektromagnetische telegrafen te construeren. In Nederland werd de eerste telegraafverbinding aangelegd in 1845 tussen de stations Amsterdam en Haarlem van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij. 
In 1852 volgde de oprichting van de Rijkstelegraaf en werden  telegraafverbindingen gebouwd tussen de grotere plaatsen. Aan een militaire telegraaf-organisatie werd voorlopig niet gedacht. De legerleiding meende dat in oorlogstijd de bestaande telegraafverbindingen van de Rijkstelegraaf en de spoorwegmaatschappijen makkelijk in de verbindingsbehoefte van het leger konden voorzien. Wel begon men bij het Bataillon Mineurs en Sappeurs in 1865 op bescheiden schaal met elektrische telegrafie te experimenteren en telegrafisten op te leiden. 
Tijdens de mobilisatie 1870-1871 (Frans-Duitse oorlog) had men net voldoende personeel en materieel om drie forten van de Utrechtse waterlinie aan te sluiten op het rijkstelegraafnet, maar in ieder geval was het nut van deze "vestingtelegrafie" bewezen en gingen stemmen op om ook "veldtelegrafie" (verbinding tussen een hoofdkwartier te velde en een rijkstelegraafkantoor) in te voeren. Dat gebeurde een paar jaar later, toen Koning Willem III op 18 februari 1874 het Koninklijk Besluit tekende waarin werd besloten tot de oprichting van een "Afdeeling Veldtelegraphisten". Tegelijk werd bepaald dat telegrafisten een eigen "distinctief" zouden krijgen, bestaande uit een bundel bliksemstralen. 
Hoewel de militaire telegrafie al in 1865 begon wordt als geboortedatum van de Verbindingsdienst 18 februari 1874 aangehouden. Het aantal telegrafisten liep daarna snel op. Waren er in 1870 nog geen 25 en in 1874 ongeveer 50, in 1878 kon het bataljon al beschikken over 100 telegrafisten. In dat laaste jaar werden ze ondergebracht in de School- en Telegraafcompagnie. In oorlogstijd zouden vier afdelingen worden gevormd die elk een telegraafverbinding konden aanleggen over een afstand van 10 kilometer. Daarnaast was een groot deel van de telegrafisten bestemd voor het bemannen van de telegraafkamers in de forten. 
De vredesorganisatie veranderde in de loop der jaren. In 1881 verdween de naam "Mineurs en Sappeurs" en werd deze vervangen door "Genietroepen". De telegrafisten werden een aantal jaren daarna samengebracht in de Telegraafcompagnie en in 1904 in de Telegraafafdeling met twee compagnieën.
  Terug naar boven
 
Mobilisatie 1914 - 1918
Al spoedig nadat de veldtelegraafafdelingen en de detachenten voor de vestingen hun bestemming hadden gevolgd, bleek er veel behoefte te zijn aan telefoonverbindingen.
Veel telegraafafdelingen werden omgeschakeld op telefoonbedrijf en er werden 485 veldcentrales ingezet met ruim 5000 telefoontoestellen. 
De radiotelegrafie, al in 1906 beproefd, werd in 1915 definitief ingevoerd. Vijf "automobiel-radiostations" en een aantal stations voor motorrijwielen werden aangeschaft. In 1916 werd de Afdeling Radiotelegrafie opgericht.
  Terug naar boven
 
1918- 1940 
In 1922 werd de Telegraafafdeling een bataljon, in 1927 werd de naam "Telegraaftroepen" gewijzigd in "Verbindingstroepen" en tenslotte ontstond in 1939 het 2e Regiment (Verbindingstroepen) van de Brigade Genietroepen. In deze periode werd weinig nieuw materieel aangeschaft. 
Pas in de loop van de jaren 30 kwam er wat nieuwe radioapparatuur, maar op laag niveau moest men zich behelpen met veldtelefoons, optische middelen en ordonnansen.

  Terug naar boven

 
Mei 1940
Met een organisatie en materieel, niet berekend op een moderne oorlog, moest het 2e Regiment, onderverdeeld in diverse verbindingsafdelingen, zijn taak uitvoeren. 
Maar niet alleen de Verbindingsdienstmilitairen bij het Veldleger, ook de opleidingseenheid die naar Rotterdam was verplaatst, werd in de oorlog betrokken. 
  Terug naar boven
 
Rotterdam
Rotterdam maakte geen deel uit van ons verdedigingssysteem. Het garnizoen bestond uit een afdeling Mariniers, het Depot Luchtstrijdkrachten en het Depot Genietroepen. Van dat laatste onderdeel bestond het 2e Bataljon uit Verbindingstroepen; bewapening: karabijnen en pistolen. 
In de vroege morgen van 10 mei bezetten, per watervliegtuig aangevoerde, Duitse troepen het Noordereiland en de noordoever van de Nieuwe Maas van Maasstation tot Leuvehaven. De garnizoenscommandant zette o.a. twee compagnieën van het Bataljon Verbindingstroepen in om het gebied oost van de Oude Haven te zuiveren en daarna via de Vierleeuwenbrug op te rukken naar de oprit van de verkeersbrug over de Maas. Het eerste deel van de opdracht lukte, maar de pogingen de Vierleeuwenbrug over te steken liepen vast in het vuur van Duitse automatische wapens. Zes man sneuvelden. 
Op 11 mei werden de Verbindingstroepen afgelost door haastig aangetrokken infanterie- eenheden van het Veldleger.
  Terug naar boven
 
De Regimentsleeuw en het Vaandel
Als dank van de gemeente Rotterdam werd in 1960 een van de leeuwen van de toen afgebroken Vierleeuwenbrug in langdurige bruikleen aan het Regiment Verbindingstroepen overgedragen. 
Deze "Regimentsleeuw" vormt het centrale deel van het Monument van de Verbindingsdienst in de Elias Beeckmankazerne te Ede. Op plaquettes zijn de namen aangebracht van militairen van de Verbindingsdienst, die op 10 mei 1940 en daarna, waar dan ook, (Nederland, vm Nederlands Indië, Korea, Libanon en vm Joegoslavië) zijn omgekomen.
In 1974, het jaar waarin de Verbindingsdienst haar 100-jarig bestaan vierde, reikte Z.K.H. Prins Bernhard namens H.M. Koningin Juliana een vaandel uit aan het Regiment waarop het opschrift "ROTTERDAM 1940" is aangebracht. 

  Terug naar boven

 
1945 - 1955
Opnieuw beginnen, opnieuw een Verbindingsdienst opbouwen voor de troepen in Nederlands Indië, voor de verbindingen binnen Nederland en daarna voor het legerkorps, dat in 1950 werd opgericht; een veelomvattende opgave, waarvoor in de eerste plaats personeel en materieel nodig was. 
Materieel werd geleverd uit Canadese en Engelse voorraden en personeel werd aanvankelijk opgeleid bij de Engelse School of Signals. In oktober 1945 werd in Den Haag de School Verbindingstroepen opgericht, een jaar later werd een deel van de opleiding en kort daarna de gehele opleiding naar Utrecht verplaatst om in 1955 te worden geconcentreerd in Ede. 
  Terug naar boven
Nederlands Indië
Een grote inzet gedurende de eerste jaren na de oorlog vergde de opleiding van Verbindingsdiensteenheden voor Nederlands Indië. 
In snel tempo werden 2 Divisie- (7 December en 2de Divisie) en 7 Brigade Verbindingsafdelingen ( 1ste t/m 7de Brigade) klaargestoomd. 
Als laatste werden 3 Zibva's (41ste, 42ste en 43ste Zelfstandige Infanterie Brigade Verbindingsafdelingen) naar Indië gezonden.
De opleiding van het personeel werd tijdens de reis naar het Verre Oosten aan boord van de troepenschepen voltooid.
  Terug naar boven
 
Verbindingsdienst zelfstandig
Op 1 mei 1949 werd de Verbindingsdienst, tot dan toe nog een onderdeel van de Genie, maar na 1945 al een eigen weg ingeslagen, een zelfstandig Wapen. Het bruin van de Genie op de kraagspiegels verdween en maakte plaats voor een eigen wapenkleur: het wit-blauw van de seinvlag.
  Terug naar boven
 
Territoriale verbindingen
De territoriale telefoonverbindingen werden na de oorlog, deels met gebruikmaking van achtergelaten Engels en Canadees materieel, hersteld. Telegrammen werden aanvankelijk verzonden door de Radiodienst KL, na enkele jaren via telex. Motorordonnansen werden op uitgebreide schaal ingezet. De drie territoriale verbindingsbataljons stonden nog tot 1960 onder commando van de NTB (Nederlands Territoriaal Bevelhebber). 
  Terug naar boven
 
Inspectie Verbindingsdienst
Direct na het zelfstandig worden van de Verbindingsdienst werd het al bestaande Directoraat Verbindingsdienst gewijzigd in Inspectie Verbindingsdienst. De Verbindingsdienst heeft 3 Inspecteurs gehad tot 1970, toen de Inspectie werd opgeheven. 

  Terug naar boven

 
Legerkorpsverbindingen
Na de 'Indië-periode' startte de opbouw van verbindingsdiensteenheden voor het parate legerkorps. In 1951 vond een eerste oefening plaats in Nederland, een jaar later een internationale oefening in Duitsland, waaraan een verbindingsdetachement ter grootte van bijna een bataljon deelnam. In 1953 volgde een tweede internationale oefening en kreeg het detachement de naam 'Legerkorpsverbindingsbataljon'. 
Door het oproepen van 'herhalers' en door personeel van de opleidingseenheden (waardoor de opleiding praktisch kwam stil te liggen) werd het bataljon op sterkte gebracht. Tijdens deze oefening werd bijna 800 kilometer kabel en veldlijn gelegd, terwijl voor het eerst op beperkte schaal gebruik werd gemaakt van 'radioschakelapparatuur', toen de benaming voor straalverbindingen.
  Terug naar boven
 
1955 tot 1990
Veel rust werd de Verbindingsdienst in deze periode niet gegund. 
De taken van de Verbindingsdienst lagen op verschillende terreinen: verbindingen in Nederland, verbindingen binnen het legerkorps, overige verbindingstaken, herstel en bevoorrading verbindingsmaterieel, film en fotodienst, elektronische oorlogvoering, veldpost en opleiding. 
  Terug naar boven
 
Territoriale verbindingen
De telefoon- en telexverbindingen in Nederland werden verbeterd en uitgebreid. De handbediende telefooncentrales werden vervangen door automaten, de routering van telexberichten werd geautomatiseerd, er ontstond een geavanceerd militair telefoonnet en ten behoeve van een efficiënte ordonnansdienst werd de MPC (militaire postcode) ingevoerd. De organisatie werd meermalen gewijzigd. Tot 1960 vielen de drie bataljons (101 en 102 Verbindingsbedieningsbataljon en het mobilisabele 104 Lijnbataljon) onder de NTB (Nederlands Territoriaal Bevelhebber), daarna als 891 en 893 Vbdbedbat onder de Inspectie Verbindingsdienst, om van 1966 tot 1969 als 531 t/m 539 Verbindingsbedieningsafdeling bij de Territoriale Commando's te worden ondergebracht. Daarna werden weer drie bataljons gevormd (541, 542 en 543) die onder de landmachtstaf vielen om na 1975, na het opheffen van 542 Vbdbat onder commando van het CVKL (Commando Verbindingen KL) te vallen. 
Naast de verbindingen binnen Nederland werden ook de radioverbindingen met Suriname, de Nederlandse Antillen en buiten Europa optredende eenheden, zoals het Unifilbataljon in Libanon, verzorgd. 

  Terug naar boven

 
Legerkorpsverbindingen
Na 1955 breidde de "parate" Verbindingsdienst zich snel uit. Het legerkorpsverbindingsbataljon kreeg het nummer 108, 107 Radioluchtsteunverbindingscompagnie (in 1989 als 107 Radiocompagnie in 108 opgenomen) werd opgericht, in 1957 gevolgd door 11 en 41 Divisieverbindingsbataljon. 
De straalverbinding, in 1952 ingevoerd, werd aanvankelijk als verbinding (met 4 telefoonkanalen) gebruikt tussen de commandoposten, wat met name bij verplaatsingen nogal wat problemen gaf. In 1962 werd 106 Verbindingsrasterbataljon opgericht dat 6 knooppunten kon installeren. Deze knooppunten werden opgesteld in het legerkorpsgebied en onderling verbonden met 12 kanaals- straalverbinding en bovendien via straalverbinding en civiele telefoonlijnen aan het territoriale verbindingsstelsel gekoppeld. De commandoposten konden middels straalverbinding of lijn op een of meer knooppunten "inhaken" en zo elkaar via dit raster bereiken. In 1971 werden alle eenheden tot en met brigade op dit systeem aangesloten. Het voldeed goed, maar het verzenden van telegrammen en het tot stand brengen van telefoonverbindingen kostte tengevolge van de "handbediening" te veel tijd. Volledige automatisering vond eind jaren 80 plaats met de invoering van ZODIAC (Zone Digitaal Automatisch Cryptobeveiligd).De legerkorpsverbindingsdiensteenheden stonden onder commando van de,in 1955 opgerichte, 101 Verbindingsgroep met ultzonderlng van 11 en 41 Divisieverbindingsbataljon die bij een reorganisatie in 1971 als 11 en 41 Verbindingsbataljon in 101 Verbindingsgroep werden opgenomen.

  Terug naar boven

 
Overige verbindingstaken
 In 1961, werd het NSSQ (Netherlands Signal Support Squadron) opgericht dat ordonnans- en kabelverbindingen verzorgde voor de staf van NORTHAG (Northern Army Group). 
Bij het Nederlands Unifil bataljon in Libanon verzorgde een verbindingsdetachement de radioverbinding met Nederland en de veldpost. 
In Suriname was eveneens (bij de TRIS: “Troepenmacht Suriname”) een verbindingseenheid aanwezig. 
In de Sinaï werden de verbindingen ten behoeve van de MFO (Multinational Force and Observers) door een Nederlands detachement verzorgd. 

  Terug naar boven

 
Herstel en bevoorrading 
Zowel territoriaal als in het legerkorps was de Verbindingsdienst belast met herstel en bevoorrading van verbindingsmaterieel. 
De herstelgroepen verbindingsmaterieel die sinds 1945 waren ingedeeld bij de TD-werkplaatsen werden in 1954 ondergebracht in de verbindingsdienst-basis-herstelcompagnieën (110, 114 en 116). In 1961 werden de namen gewijzigd in 523, 524 en 525 Vbdd- herstelcompagnie onder bevel van de Inspectie Verbindingsdienst en in 1968 samengevoegd tot 527 Vbdd Centrale Werkplaats onder het Nationaal Logistiek Commando. Later werd 527 omgedoopt in 527 Elektronische Centrale Werkplaats die in 1989 het nummer 785 kreeg. 
De legerkorps-hersteleenheden (109,219 en 110) vormden samen in 1963 109 Vbdd Verzorgingsbataljon, dat in 1989 integreerde met een hersteleenheid van de TD en daarna 109 Materieel Verzorgingsbataljon heette. 
Hoewel in de benaming van de logistieke eenheden "Verbindingsdienst" was verdwenen, behoorde een belangrijk deel van het personeel tot ons Wapen.

  Terug naar boven

 
Leger Film en Fotodienst
De LFFD viel tot 1988 onder de Inspectie Vbdd, later het Commando Verbindingen KL. Daarna onder de naam Audio Visuele Dienst KL onder het Commando opleidingen KL. 

  Terug naar boven

 
Elektronische oorlogvoering 
In 1952 werd 105 Verbindingsverkenningscompagnie opgericht. Dit in Gorinchem en later als 898 Verbindingsbataljon in Eibergen gelegerde onderdeel hield zich bezig met elektronische oorlogvoering (EOV), d.w.z. peilen, inluisteren en analyseren van vijandelijke radioverbindingen. Een tactische eenheid, 102 EOV compagnie, werd in 1988 opgericht en onder bevel gesteld bij 1 (NL) Lk. 

  Terug naar boven

 
Opleiding 
Hier wijzigde de benaming (Depot Verbindingsdienst naar Verbindingsdienst Opleidingscentrum of VOC) in 1967. Daarnaast wijzigzigde de organisatie verschillende malen. De vakopleiding werd soms gegeven in compagniesverband, soms door een van de scholen (transmissieschool, elektronischeschool). De taak, opleiding voor de tientallen verschillende verbindingsdienst-functies, bleef uiteraard hetzelfde. 

  Terug naar boven

 
1990- 2000
De koude oorlog verdwenen, het Warschaupakt opgeheven, voor defensie kwam minder geld beschikbaar, de strijdkrachten moesten bezuinigen, efficiënter gaan werken en reorganiseren. Hoewel niet direct, had dit ook consequenties voor de Verbindingsdienst. 

  Terug naar boven

 
Territoriale verbindingen
In 1992 werden de twee territoriale verbindingsbataljons, 541 en 543, gereorganiseerd tot vier regionale verbindingsdienstcompagnieën. In 1994 werd het Commando Verbindingen KL opgeheven en werden de vier compagnieën omgevormd tot 15 telematicagroepen die lokaal (per garnizoen) opereerden onder het NATEL (Nationale Telematica Organisatie), en in 2000 werden ondergebracht in de DTO (Defensie Telematica Organisatie, een interservice orgaan). 

  Terug naar boven

 
Legerkorpsverbindingen
In 1992 moest binnen zeer korte tijd een verbindingsbataljon worden gevormd om verbindingen te verzorgen in het voormalig Joegoslavië. Dit 1(NL)VN Verbindingsbataljon bleef daar actief tot halverwege 1994. Eind 1994 werd 41 Verbindingsbataljon mobilisabel. In 1995 werden het Nederlandse en het 1e Duitse Legerkorps samengevoegd tot het 1e Duits/Nederlandse Legerkorps. Het Nederlandse ZODIAC werd gekozen als het verbindingssyteem in dit legerkorps. Staf 101 Verbindingsgroep, vanaf 1953 verantwoordelijk voor de verbindingen binnen het Nederlandse legerkorps, werd opgeheven en 11, 106 en 108 Verbindingsbataljon kwamen onder bevel van de Duits/Nederlandse Command Support Group.
11 Verbindingsbataljon verzorgt de verbindingen binnen de Multinational Division. In 2000 werd een verbindingsbataljon naar Bosnië gestuurd, waar het als 1(NL) Signal Support Battalion de taak overnam van een Engelse verbindingseenheid.

  Terug naar boven

 
Logistieke eenheden
De logistieke eenheden van de Verbindingsdienst waren al voor 1990 zodanig geïntegreerd met hersteleenheden van de TD (Technische Dienst) dat van echte Verbindingsdiensteenheden geen sprake meer is. 

  Terug naar boven

 
Opleiding 
Omdat de dienstplicht werd opgeheven en het BBT-(Beroeps Bepaalde Tijd) personeel langer dient dan de dienstplichtigen werd de opleidingscapaciteit verkleind en verdwenen een aantal instructeursfuncties. Omdat dit ook het geval was bij de Luchtdoelartillerieschool in Ede, werden beide opleidingseenheden, met de School Militaire Inlichtingendienst, samengevoegd tot het Opleidingscentrum Ede (OC-Ede). 
De naam "VOC" werd gewijzigd in "School Verbindingsdienst". 

  Terug naar boven

 
2000- 2004
Een teruglopende economie en dus minder staatsinkomsten noopten tot meer ingrijpende bezuinigingen binnen de strijdkrachten. Daarnaast werd door de regering de taak van de krijgsmacht steeds meer verlegd van landsverdediging naar inzet bij vredesoperaties. Er moest een kleinere en meer flexibele krijgsmacht komen. 

  Terug naar boven

 
Territoriale verbindingen
De Defensie Telematica Organisatie (DTO) bleef bestaan. Een plan om de DTO te privatiseren werd niet doorgezet. 

  Terug naar boven

 
Legerkorpsverbindingen
De Duits/Nederlandse legerkorpsstaf werd omgevormd tot een "High Readiness Force Headquarters",een snel inzetbare staf, waarmee het bevel kan worden gevoerd over een, naar behoefte samengestelde en op verschillende lokaties optredende, groep onderdelen. De verbindingen voor deze staf worden verzorgd door het in 2003 opgerichte Duits/Nederlandse CIS (Command Information Systems) bataljon. 
Het ZODIAC systeem, indertijd opgezet om verbindingen te verzorgen in een legerkorpsgebied, werd vervangen door TITAAN. Naar behoefte kunnen lokale verbindingsstelsels, zogenaamde Local Area Networks (straalverbinding, radio en lijn) worden geleverd die met behulp van satellietverbindingen onderling en met de centrale leiding zijn verbonden (Wide Area Network). 
De kern van de (parate) KL vormen de luchtmobiele en gemechaniseerde brigades, waarvan de verbindingen worden verzorgd door 101 Verbindingsbataljon, een samenvoeging van 11 en 106 Verbindingsbataljon. 108 Verbindingbataljon werd opgeheven. 

  Terug naar boven

 
Logistieke eenheden
De logistieke taak die de Verbindingsdienst sinds 1954 had is langzamerhand overgenomen door de Technische Dienst.
Deze overname werd definitief toen in 2002 alle electronisch-monteurs overgingen naar de TD. 

  Terug naar boven

 
Opleiding 
Hierin zijn geen veranderingen gekomen. Mogelijk zal de School Verbindingsdienst over enkele jaren worden verplaatst. 

  Terug naar boven

 
Veldpost 
Het verzorgen van de veldpost, sinds 1945 een taak van de Verbindingsdienst, is overgegaan naar een interservice organisatie onder een nieuwe benaming "Militaire Post".

  Terug naar boven

 
De toekomst
Hoewel aan de benaming van de eenheden bijna niet meer herkenbaar, is personeel van de Verbindingsdienst nog in allerlei organisaties werkzaam. De taak van de Verbindingsdienst, vanaf 1874 het verzorgen van verbindingen, is bovendien uitgebreid met het verwerken van informatie. Desondanks blijft de oude wapenspreuk nog steeds geldig: 

HET BERICHT MOET DOOR !


 
Terug omhoog ©2000 Charley Knijff, Alle rechten voorbehouden. Wettelijke & privacy-kennisgevingen. Naar het begin